Herenstraat 25, Utrecht
Het jaartal in Romeinse cijfers boven het zandstenen poortje geeft het bouwjaar 1666 aan. Het huis is waarschijnlijk ontstaan door de samenvoeging van verschillende oudere panden. De gepleisterde voorgevel is maar liefst acht ramen breed; aan de achterzijde zijn de 17e-eeuwse bakstenen nog zichtbaar. Rond 1800 woonde hier de bekende arts en hoogleraar Jan Bleuland en daarna de adellijke familie Taets van Amerongen-de Beaufort. De laatste particuliere bewoner was Catharina van Ewijck, die in 1909 overleed.
Tehuis voor Vrouwen
In 1910 werd Herenstraat 25 een ‘Tehuis voor Vrouwen’, een initiatief van de Vereniging ter Behartiging der Belangen van Jonge Meisjes ‘Union’. Alleenstaande vrouwen die tijdelijk onderdak nodig hadden, konden terecht in zo’n Union-huis. Ook werden zij geholpen met het vinden van een betrouwbare betrekking als dienstbode. ‘Stationsjuffrouwen’ vingen meisjes op Utrecht Centraal op om hen te beschermen tegen de ‘gevaren van vrouwenhandel’ en stuurden ze door naar de Herenstraat.
Studentes
Na de Tweede Wereldoorlog woonden in de 27 kamers werkende of studerende jonge vrouwen onder toezicht van een ‘directrice’, later een huisoudster. De staat van onderhoud werd steeds problematischer. Stadsherstel Utrecht nam het pand in 1985 over van Stichting Huize de Poort en zes jaar later kwam een ingrijpende restauratie gereed. Nog altijd is Herenstraat 25 een vrouwenhuis. Het wordt bewoond door 18 studentes die beschikken over een gemeenschappelijke keuken met woon-eetkamer en een grote tuin.
Auteur: Arjan den Boer
-> historische informatie


Klik op de foto voor een vergroting.
Foto links: Tehuis voor Vrouwen, circa 1925 (Het Utrechts Archief).
Foto rechts: Dienstbode van Catharina van Ewijck in de keuken (Het Utrechts Archief).