Oudegracht 187, Utrecht
Oudegracht 187 dateert uit 1307, zo blijkt uit de jaarringen van de dennenhouten balken van de kap. Het is een van de oudste en best bewaarde kapconstructies van de stad. De balken zijn genummerd met ingekerfde telmerken. Het stenen huis werd gebouwd voor de welgestelde familie Ten Putte. Op de grote zolder werd graan opgeslagen, blijkt uit graankorrels die tussen de balken zijn gevonden. In 1590 hing er een uithangbord met ‘Het Huys te Putten’ aan de gevel, veertig jaar later met ‘Het wapen van Genua’ (waarom is onbekend). In de 18e eeuw werd het huis gerenoveerd in de stijl van Lodewijk XVI.
Zilverfabriek Begeer
Tussen 1866 en 1919 was in Huis ten Putten de Koninklijke Utrechtse Fabriek van Zilverwerken van de familie Begeer gevestigd. Deze bekende edelsmederij maakte zilveren siervoorwerpen, serviezen, medailles en gedenkplaten, soms ontworpen door bekende kunstenaars. Achter het huis verrezen werkplaatsen en ateliers. Op de begane grond van het grachtenpand waren toonzalen voor zilverwerken. Deze en suite-kamers liet Begeer in 1887 opnieuw inrichten in nagebootste 18e-eeuwse stijl, evenals het trappenhuis. In 1907 volgde nog een torenachtig uitbouw aan de achterzijde.
Verwaarlozing en herstel
Na het vertrek van Begeer zat er onder meer een visrestaurant, speelgoedhandel, confectiebedrijf een gordijnenwinkel. Rond 1975 was het huis verwaarloosd en uitgewoond. In 1982 liet de gemeente Utrecht wel de bijzondere kapconstructie conserveren. Na enkele jaren leegstand werd het gebouw gekraakt. Stadsherstel kocht Huis ten Putten in 1993 en liet het restaureren tot winkelruimte, vijf appartementen en een kantoorzolder. Ook de gang en het trappenhuis werden gerenoveerd, alles met behoud van originele elementen. In de winkel zat jarenlang designzaak Bebop.
Auteur: Arjan den Boer
-> historische beschrijving huis ten putten V&W 1

Klik op de foto voor een vergroting.
Foto links: De middeleeuwse kapconstructie voor restauratie in 1982 (Het Utrechts Archief).
Foto rechts: Impressie van Zilverfabriek Begeer uit 1913, waarop de grootte is overdreven (Het Utrechts Archief).