Dit adres bestaat uit een statig hoofdhuis met links daarvan een laag deel dat diende als koetshuis. De panden dateren uit de 17e eeuw of eerder, maar het hoofdhuis werd in de 18e eeuw ingrijpend verbouwd. Rond 1800 kwam het in handen van Jan van den Velden, die enkele jaren burgemeester van Utrecht was. Diens zoon voegde zijn moeders achternaam toe aan de zijne en heette toen jonkheer Jan Jacob Lampsins van den Velden. Hij liet het interieur verfraaien met betimmeringen en plafonds in neobarok- en renaissancestijl, compleet met imitatie-goudleerbehang. Deze elementen zijn nog te zien op de begane grond.
Tuin van Lampsins
In 1824 kon de familie het grote binnenterrein kopen dat zich achter het huis uitstrekt tot aan de Wijde Begijnestraat. Deze tuin van het voormalige Begijnhof werd omschreven als ‘zeer ruime en aangename gelegen tuin, voorzien van veele vrugtboomen’. Aan de rand, langs de Van Asch Van Wijckskade, kwamen huizen. De rest vormde de grootste particuliere tuin van Utrecht, waar Lampsins van den Velden regelmatig feesten hield. Zo was er in 1918 een driedaags ‘Louis Seize-Tuinfeest’ ten bate van de armenzorg. In 1927 zijn huis en tuin apart verkocht. Later dreigde de Anatole France-tuin, zoals die inmiddels werd genoemd, een parkeerterrein te worden. Inmiddels is de groenstatus vastgelegd.
Artibus en Stadsherstel
Bij Plompetorengracht 18 bleef van de enorme tuin alleen een ruime binnenplaats over. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde de Akademie voor Beeldende Kunsten Artibus zich in de panden. Bij het ontstaan van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) in 1987 droeg de gemeente de gebouwen over aan Stadsherstel, die het complex liet restaureren. In het koetshuis en op de verdiepingen kwamen tien appartementen, achter de oude hoofdingang een kantoorruimte waar lang een architectenbureau zat. Tegenwoordig is dit de vergaderlocatie Suits & Sundays.